Leuke brainstormtips

De Dag van de Ouder wordt een bijzondere dag. Eén waarop de ouders zich gewaardeerd voelen, en waarop mooie ontmoetingen plaatsvinden tussen hen en het schoolteam. Daarvoor hoeft u geen grootschalig event te organiseren. Ook met kleine dingen maakt u het verschil.

OP ZOEK NAAR IDEEËN

Wat úw school tijdens de Dag van de Ouder gaat doen? Dat vraagt wat denkwerk!

STAP 1: BEPAAL UW DOEL

  • Hou het doel in de gaten: het is niet de bedoeling om de krant te halen, wel om de relatie tussen de school en de ouders te versterken!
  • Bepaal wat u wilt bereiken: wat moet het resultaat van deze dag zijn?
  • Wat betekent ‘een goede relatie’ met de ouders voor u?
  • Hoe wilt u dat de ouders deze dag ervaren?
  • Let op de randvoorwaarden: hoeveel bedraagt het budget? Hoe betrekt u álle ouders? …

STAP 2: SPROKKEL IDEEËN

  • Samen hebt u meer ideeën. En hoe gevarieerder uw groep, hoe origineler uw ideeën. Betrek dus verschillende teamleden – van de turnjuf, over de leerlingen, tot de ouderraad.
  • Let wel: maak de groep niet te groot. Deel hem desnoods op in subgroepen van 8 tot 12 man.
  • Kies boeiende werkvormen. Zo wordt vergaderen een plezier, en is ook het engagement erna groter.
  • Bewegen helpt: maak een wandeling, zet enkele danspasjes, … de ideeën komen alleen maar sneller.
  • Vergeet geen grote vellen papier, stiften, post-its, plakband en punaises: ideeën moeten verzameld én gepresenteerd worden.
  • Laat u helpen door boeken, tijdschriften, foto’s, brainstormtechnieken, …zelfs een leuke locatie werkt inspirerend.
  • Werk in fasen: hang de resultaten van de brainstorm op in de leraarskamer en stimuleer collega’s om verder aan te vullen of te verfijnen.

VIJF BRAINSTORMTECHNIEKEN

VIJF BRAINSTORMREGELS

  1. Elk idee is welkom én goed. Juich de ideeën bij de start nog toe en geef geen kritiek. Een beoordeling en keuze volgen later.
  2. Kwantiteit is belangrijker dan kwaliteit. Hoe meer ideeën, hoe groter kans op een top-idee.
  3. Zorg ervoor dat iedereen aan het woord komt.
  4. Freewheelen mag: laat de ideeën maar stromen.
  5. Associeer: pik het idee op en bouw erop verder.
1. Begin with the end in mind 
Vertrek vanuit uw gedroomde Dag van de Ouder. Beeld u in wat de ouders erover vertellen na afloop. Wie was er allemaal betrokken? En wat waren fijne activiteiten? U kunt dit vertellen, of u maakt een tekening of collage. Wanneer het grote plaatje helder geschetst is, is het tijd voor de details. Ga een stapje terug: wat was er nodig om die dag te realiseren? Welke taken waren er die dag? Wie nam ze op en wanneer? Wie was er allemaal aanwezig? Zo gaat u steeds een stapje terug. Tot u bij het startpunt aankomt van een geslaagde Dag van de Ouder.
2. Ga uit van wat goed is

Kijk eens naar ouderactiviteiten die u of anderen al organiseerden (Duik in onze ideeënbus). Kies er 4 of 5 uit, en som daarvan telkens 5 positieve eigenschappen op. Bijvoorbeeld: de actie vindt plaats in de buitenlucht, zowel de kinderen als de ouders zijn erbij betrokken, het is laagdrempelig, het is gratis, en het stimuleert de taalvaardigheid.

Uiteindelijk hebt u 20 à 25 pluspunten. Beslis samen met uw team wat de belangrijkste zijn: welke neemt u graag op in uw Dag van de Ouder-activiteit? Op basis van die pluspunten creëert u een actie. Bijvoorbeeld: een parkspel tussen ouders en kinderen, want het is ‘gratis’, het vindt plaats ‘in de buitenlucht’, en het is ‘voor ouders én kinderen’.

3. De pizza- brainstorm 

Via de pizza-brainstorm komen er zoveel mogelijk ideeën tot leven. Alles wordt opgeschreven – of het nu haalbaar is of niet. Later maakt u een selectie, maar nu laten jullie de gedachten nog de vrije loop.

Hoe werkt het? Teken een grote pizza (cirkel) en deel hem op in vier stukken, met daarin een thema dat u zeker wilt belichten. De deelnemers vullen per twee of drie een pizzastuk in en draaien dan de pizza door. Zo bouwt de volgende groep voort op de al opgeschreven input.

In een tweede fase worden alle ideeën bekeken – zonder kritiek. Daarna kiest en verfijnt u: geef iedere deelnemer bijvoorbeeld drie gekleurde stickers, die kleven ze naast de ideeën waarmee ze voort willen gaan.

4. De hoeden van Di Bono
Als u vaak met dezelfde mensen nadenkt, hoort u vaak hetzelfde soort ideeën. Maar  andere deelnemers uitnodigen, is niet altijd even haalbaar. Pak het dus anders aan: geef iedere deelnemer een hoed of bril in een bepaalde kleur, daaraan is dan een bepaalde denkwijze verbonden. Wit staat voor ‘feitelijk denken’, met oog voor cijfers en informatie. Rood staat voor ‘intuïtief denken’, vanuit gevoelens en emoties.  Zwart vertegenwoordigt ‘de advocaat van de duivel’, die vertelt waarom iets niet zou werken. Terwijl geel staat voor ‘optimisme’. Groen focust op ‘creativiteit en onvoorspelbaarheid’. En blauw kiest voor ‘afstand en controle’. Tussendoor vraagt u de deelnemers om van hoed of bril te wisselen, en alles eens vanuit een andere invalshoek te bekijken. 
5. De fijnste plekjes van de school 
Vraag uw leerlingen welke plekjes op uw school ze aan hun ouders willen tonen? Plaatsen die ze interessant, gezellig, of net spannend vinden. Op die locaties gaat u brainstormen: wat kunt u op deze plekken (de sportzaal, de vertelhoek, het chemie-lokaal) doen? Uit die ideeën groeit een leuke Dag van de Ouder-activiteit.

Nuttige links voor secundaire scholen

De Dag van de Ouder is een actie van Prevent dat past binnen het lokaal actieplan Ouderbetrokkenheid